International Olympic Committee

         citius – altius – fortius

 

 

 

 

 

 

 

IOC Member

Anton J. Geesink

 

 

Utrecht 19-07-2007

 

 

 

 

IOC-LIDMAATSCHAP: EEN LANGE WEG

 

Na een week in Guatemala, waar ik was als IOC-lid tijdens de 119e IOC sessie, was ik blij weer terug in Nederland te zijn. Het eerste wat ik dan doe is het lezen van de NOC*NSF kranten knipsels verzameld in “Sport in de pers”.

 

Het verheugt me dat het IOC zó positief in de belangstelling staat, dat men zelfs zo ver gaat dat deze belangstelling gepaard gaat met het noemen van namen van kandidaat IOC-leden. Het is niet mijn bedoeling om alles wat in de knipselkrant staat onder de loep te nemen, maar wil me in deze notitie beperken tot een reactie op de manier waarop campagne voor het IOC lidmaatschap door buitenstaanders wordt gevoerd.

 

Zelf benader ik verkiezingen binnen het IOC anders dan buitenstaanders. En na 20 jaar lidmaatschap van het IOC meen ik daar toch enige kijk op te hebben. Door mij wordt geen naam naar voren geschoven, maar gekeken naar de doelstelling van de organisatie en dan naar het gewenst profiel dat daarbij hoort en waarmee je kansen maakt. Vervolgens plaats ik dit profiel in de periode waarin het IOC lidmaatschap voor Nederlanders in beeld komt.

 

Ik neem aan dat het voor u, lezer, acceptabel is dat ik mij zelf als voorbeeld stel en start met het beschrijven van de wijze waarop mijn verkiezing als de IOC-vertegenwoordiger in Nederland tot stand is gekomen.

 

In 1986 werd door het IOC aan het Nederlands Olympisch Comité gevraagd om drie namen van Nederlanders te noemen die in aanmerking zouden kunnen komen voor de opvolging van de in datzelfde jaar overleden IOC vertegenwoordiger in Nederland Kees Kerdel. Het toenmalige NOC beperkte zich tot het geven van twee in plaats van drie namen: voorzitter Vonhof en secretaris-penningmeester Ruud Frese. Het IOC maakte toen gebruik van het recht een derde naam toe te voegen. Dat werd die van mij. U zult zich nu afvragen hoe het IOC aan mijn naam kwam. Welnu, dat is vrij eenvoudig te vertellen. Het IOC haalde het overzicht erbij van Nederlanders die een rol spelen op continentaal of mondiaal niveau (het NOC had dat op nationaal niveau gedaan). Bij dat internationaal overzicht kun je kijken naar de lijst van atleten met aansprekende titels (wereldkampioenschappen en Olympische medaillewinnaars) en ook naar de lijst met namen van internationale sportbestuurders. Mijn naam stond als meervoudig wereldkampioen judo en als winnaar van Olympisch goud op die atletenlijst. De volgende stap was te kijken in de lijst van internationale sportbestuurders. Daar stond mijn naam als lid van het Executive Board (hoofdbestuur) van de Internationale Judo Federatie (173 aangesloten nationale judo bonden) met de portefeuille Education en Diffusion. Met andere woorden: deze top atleet had ook op het hoogste wereldniveau sportbestuurlijke ervaring. Bovendien waren een groot aantal IOC leden tijdens de Olympische Spelen in Tokio tijdens de Olympische Spelen aanwezig, waar ik Olympisch goud won (als IOC-lid, als chef de mission van hun NOC of als bestuurder van hun IF). Als atleet was ik dus geen onbekende voor hen en bovendien heb ik deze zelfde mensen gezien en gesproken tijdens de Olympische Spelen van Los Angeles, 1984, die ik als gast bijwoonde. Ook was bij het IOC bekend hoe ik opereerde als IJF bestuurder (ik had o.a. intensief contact via Olympic Solidarity).

 

Het zal de lezer duidelijk zijn dat iemand die geboren is in 1934, wat mindere kansen had hoog opgeleid te kunnen worden dan nu en dat studeren destijds niet voor iedereen was weggelegd. Vanzelfsprekend liet ik het IOC weten, niet hoog opgeleid te zijn. De toenmalige IOC voorzitter zat daar niet mee. Hij liet mij weten, dat ik als atleet de allerhoogste opleiding heb gevolgd.

Dat neemt niet weg dat ervaren sportbestuurders zonder een carrière als topsporter ook in aanmerking komen voor het IOC lidmaatschap. 50% van de van 2004 tot heden gekozen IOC-leden hebben bijvoorbeeld nooit deelgenomen aan Olympische Spelen (zie verder hierachter).

 

De structuur van het IOC:

Het IOC is een non-profit organisatie die in Zwitserland is gevestigd en valt onder Zwitsers recht. Het is een “association”. Naar Nederlands recht zouden we het IOC de verenigingstatus toekennen.

 

Het Olympic Charter vormt de statuten van het IOC. Visie en structuur zijn daarin beschreven. Het hoogste gezagsorgaan is de Algemene Ledenvergadering (de jaarlijkse IOC Session). Het IOC heeft een gekozen President (Dr. Jacques Rogge) vice-presidenten en gekozen Executive Board.

Het aantal leden is statutair bepaald op maximaal 115 leden. Daarvan maximaal 70 op persoonlijke titel; maximaal 15 gelinkt aan een functie in de IOC Atleten commissie; 15 gelinkt aan een Internationale Federatie, of associatie van IF’s (continentaal of mondiaal), 15 gelinkt aan een NOC of associatie van NOC’s (continentaal of mondiaal). Al deze organisaties zijn erkend door het IOC en kunnen kandidaten voorleggen aan het IOC, waarna het IOC c.q. de IOC-leden hen al dan niet kiezen.

De rechten van de IOC leden zijn identiek, maar de voorwaarden om gekozen te worden en de termijn van IOC-lidmaatschap verschillen per groep (IOC leden gelinkt aan IOC Atletencommissie, IF dan wel NOC kunnen niet langer IOC-lid zijn dan de termijn die ze de functie in de betreffende organisatie bekleden; de IOC leden die op persoonlijke titel gekozen zijn, zijn niet afhankelijk van hun positie in een der genoemde organisaties). Van belang is dat alle kandidaten, ongeacht herkomst status, via een geheime verkiezing kunnen worden gekozen tot IOC lid.

 

Ervan uitgaand dat een kandidatuur gedragen moet worden en het IOC van kandidaten voor het IOC-lidmaatschap als eerste de internationale prestatielijst als atleet raadpleegt en die met zijn/haar internationale sportbestuurlijk positionering, wil ik -als ervaren internationaal sportbestuurder- kandidaten met ambitie voor een IOC functie adviseren het volgende cv/ profiel na te streven:

  1. Boog op een carrière als topsporter op continentaal of wereldniveau in een Olympische of niet Olympische sport.

Toelichting: ikzelf was van de huidige generatie IOC leden welgeteld de tiende die ook ervaring had als deelnemer aan Olympische Spelen. Die eigen ervaring bleek in de jaren erna steeds belangrijker te worden. Anno 2007 heeft het IOC 115 leden. Daarvan hebben er 41 hebben deelgenomen aan Olympische Spelen en zijn er 25 Olympisch medaillewinnaar. De tendens is stijgend. Als voorbeeld: van 2004 tot en met de sessie in Guatemala werden 16 nieuwe IOC leden benoemd. Hiervan hebben er 8 in totaal 25 keer deelgenomen aan Olympische Spelen. Onder die 8 zijn 6 medaillewinnaars op Olympische Spelen.

  1. Belangrijk is dat je het lidmaatschap nastreeft van de atletencommissie van je bond en streef naar een actieve rol als onbezoldigd vrijwilliger in de vorm van sportbestuurder, teamleider, jeugdleider of andere belangrijke rollen in je eigen bond. Treed in overleg met je eigen bond, wijs de bond op je ambities en laat weten dat je verwacht dat je sportbond ook buiten de eigen bond uitdraagt hoe belangrijk je voor de bond bent. Uiting daarvan is dat je bond je als onbezoldigd vrijwilliger voordraagt en steunt bij verkiezingen voor bestuurlijke nationale en internationale functies in de continentale en mondiale sportfederaties waarbij je bond is aangesloten.
  2. Wees nationaal niet bang om de verkiezingscompetitie aan te gaan met andere  kandidaten. Zeker op internationaal vlak redt niemand het zonder eerder die ervaring te hebben opgedaan. Democratie = competitie.

Toelichting: Wees competitief bij verkiezingen; wees niet bang die competitie aan te gaan: Ook als sporter kun je winnen en verliezen ten aanschouwe van duizenden toeschouwers. Als topsporter word je sterker door incidentele nederlagen en kwam je uiteindelijk op de plek terecht die je hebt behaald. “If you want to be a champion, you have to look like a champion” is mijn stelregel.

  1. Streef daarom naar een actieve rol als internationaal sportbestuurder bij een IF of een (Olympische) koepelorganisatie in de sport. Een sportbestuurlijke positie waarbij je naam genoemd wordt in de IOC directory, is belangrijk.

Toelichting: Het IOC hecht zeer veel waarde aan de visie van de leden en werkt uiterst democratisch. Ook tijdens de 119e IOC sessie in Guatemala (4-7 juli 2007) werd dat door IOC President Rogge herhaaldelijk beklemtoond. Verkiezingen van personen worden altijd geheim uitgevoerd (zelfs niet als er maar één kandidaat zou zijn; wat bij het IOC zelden voorkomt). Er is ook altijd respect voor de visie van minderheden. Bestuurlijke ervaring in democratische organisaties is daarom van groot belang.

  1. Als je lid (geweest) bent van de NOC*NSF atletencommissie of de IOC atletencommissie is ook dat een belangrijk punt voor je cv.
  2. Streef naar een goede relatie met de IOC leden uit Nederland, want die hebben als aanspreekpunt een rol van betekenis. Verlies daarbij niet uit het oog wanneer zittende IOC-leden hun mandaat beschikbaar stellen.

 

Samenvattend: een kandidatuur moet gedragen worden. Internationaal is dat een lange weg. Een lang proces en geen incidenteel moment. Besteedt na de carrière als topsporter veel aandacht aan onbezoldigd vrijwilligerswerk. Te beginnen binnen je sportbond bijvoorbeeld als regionaal bestuurder en vervolgens als bondsbestuurder. Laat weten dat je internationale ambities hebt en houd de ogen open. Immers, “Zij die niet vragen, worden overgeslagen”. Neem, als je nog bekenden hebt in die organisatie, ook contact op met de internationale sportfederatie waarin je heb geschitterd en vraag of die je wilt ondersteunen, En, vanzelfsprekend, neem contact met de Nederlandse IOC-leden van het moment. In algemene zin: bouw aan een netwerk. Dat geldt niet enkel voor ex-topsporters maar ook voor nationale en internationale sportbestuurders met ambities.

 

Het bovenstaand profiel is vergelijkbaar met de zoektocht naar het schaap met de vijf poten. Met nadruk wijs ik erop dat ook sportbestuurders zonder loopbaan als topsporter kans maken op het IOC lidmaatschap (zie cijfers hiervoor). Lifetime commitment aan sport via doorstroom van onbezoldigde regionale naar nationale, continentale en eventueel mondiale bestuursfuncties is daarbij een sterk pluspunt.

 

Gezien het hoge scholingsniveau van de huidige generatie topsporters en sportbestuurders, denk ik dat we moeiteloos uit vijf miljoen georganiseerde sporters een aantal goede kandidaten kunnen vinden die na een goede voorbereiding t.z.t. een uitstekende kans maken op een internationale sportbestuurlijke carrière. Als het aan mij ligt begint die opleiding vandaag en wil ik de aanstormende generatie graag behulpzaam zijn.

 

 

 

 

 

Anton J. Geesink 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 TERUG

 

 

 

 

 

 

Anton Geesinkstraat 9 , 3552 BA  Utrecht, The Netherlands. +31/(0)30/ 2441499 Tel , +31/(0)30/2440934 Fax antongeesink@iocnetherlands.com