Op zoek naar een modus waarbij zowel bonden/leden, bestuur, professionals en vrijwilligers werken met hoofd, hand en hart.
Utrecht, september 2001
Anton J.
Geesink
IOC-vertegenwoordiger
in Nederland
(beleidsnota2001.def2)
Op zoek naar een modus waarbij zowel bonden/leden, bestuur, professionals en vrijwilligers werken met hoofd, hand en hart.
In mei jl. kondigde ik bij de NOC-NSF directeur aan dat ik in het najaar een beleidsnota zou aanbieden die is gebaseerd op mijn visie op doel en plaats van het NOC*NSF bestuur afgeleid van de IOC structuur en visie na de presidentsverkiezing. Deze nota heeft meerdere bedoelingen:
- Rond de verkiezingen van de nieuwe IOC-President is door de media over het IOC en over mijn visie en stemgedrag nogal wat geschreven en vooral gespeculeerd. De krant als uitgangspunt nemen blijkt niet ongevaarlijk. Daarom mijn persoonlijke toelichting op hetgeen in de media stond over IOC en mij.
- Een aanzet tot discussie over de optimalisering van de relatie
IOC-leden = NOC-NSF-bestuur = NOC-NSF leden/bonden = vrijwilligers = professionals.
Van alle journalistieke speculaties rond de verkiezingen van de nieuwe IOC President is het volgende correct:
- Het ANP geeft de juist weergave van de relatie KIM-Anton Geesink: ik respecteer KIM, twijfel niet aan zijn integriteit en kwaliteiten (ook niet aan die van de andere kandidaten), maar heb geen indicatie gegeven dat ik op hem stem of op wie dan ook.
- Op 27 juni heb ik aan Dr. Jacques Rogge, met wie ik intensief contact heb gehad voor en na de verkiezingen, heel veel succes bij de verkiezing gewenst en hem –ongevraagd, want hij heeft nimmer om mijn stem gevraagd- laten weten met twee motieven mijn stemgedrag geheim te houden: enerzijds omdat de Ethische Commissie het de IOC-leden verboden had om voorkeuren uit te spreken en ik daar anderzijds blij mee was omdat ik als ik me uitspreek voor één kandidaat, verder zou moeten met vier andere collega’s die weten dat ik niet op ze gestemd heb. Dat heb ik zo gehouden. Ik heb niemand gezegd op wie ik heb gestemd. Toch lees ik dat ik op Kim gestemd zou hebben. Het is mijn gewoonte om iedereen en alles vanuit de positieve kant te zien en vanuit die optiek heb ik me over alle kandidaten positief uitgelaten. Er waren vijf goede kandidaten en om met Dr. Rogge te spreken: het is een eerlijke race geweest die geen verliezer kende.
- Collega Hein Verbruggen wordt geciteerd in Arnhemse Courant waarin hij zegt te hopen en te verwachten dat Dr. Rogge niet voor grote veranderingen in het IOC gaat zorgen, want hij vindt dat het momenteel uitstekend gaat met het IOC. Ik sta dus niet alleen in mijn overtuiging dat verkiezingen in het IOC op de juiste wijze worden gezien en het IOC haar voorbeeldfunctie waarmaakt.
- Dit is in fel contrast met NOC-NSF opvatting: NOC-NSF bestuurders (Terpstra in Volkskrant 17/7 en Blankert in Spits 17/7) vinden blijkbaar nog steeds niet dat het IOC open en modern opereert.
o Erica Terpstra zou gezegd hebben dat Dr. Rogge gaat zorgen voor een open en modern IOC en dat zij blij is dat Kim niet president is geworden en dan weer het corruptie verhaal van stal haalt. Daarmee wordt in de media andermaal de toon gezet dat het IOC nog lang niet is waar het zijn moet: het IOC is niet transparant.
o De NOC-NSF voorzitter zegt dat Rogge heeft aangekondigd de hervormingen voort te zetten, alsof de andere kandidaten van plan waren ze ongedaan te maken. Ook dat heeft de ondertoon dat het IOC niet in orde is. Daarom hieronder een overzicht van de thema’s waaraan de kandidaten voor het IOC presidentschap aandacht schonken.
Ik vraag me af waar door NOC-NSF die wijsheid vandaan wordt gehaald. Tevens vraag ik mij na die opmerkingen over gebrek aan transparantie af of ik wel op de IOC-sessie in Moskou aanwezig ben geweest. De IOC-sessie die ik bijwoonde is via een open tv-circuit volledig openbaar en te volgen door niet IOC-leden……
De beide NOC-NSF bestuursleden hadden na het echec van enkele maanden geleden, toen NOC-NSF het IOC willekeur verweet bij het uitgeven van persaccreditaties, beter moeten weten en ervan geleerd hebben. Ik heb geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat bij deze IOC presidentsverkiezing op enig moment sprake is geweest van onoorbare zaken. Bij politieke verkiezingen worden meer dingen beloofd aan de kiezers, wacht volgend jaar maar eens de Tweede kamer verkiezingen af.
Het streven van het IOC is meer atleten in het IOC te krijgen en vanaf dat moment heb ik, met mijn persoonlijke ervaringen, erop geattendeerd dat die minder gefortuneerden in staat moeten worden gesteld hun taak financieel onafhankelijk uit te voeren. Bij gelegenheid van mijn eerste lustrum als IOC-vertegenwoordiger in Nederland heb ik het thema bijdrage in de overheadkosten reeds aangekaart als onderdeel van een strategisch beleidsplan.
Bij gelegenheid van de IOC Presidentsverkiezingen heb ik mijn voorstellen van destijds herhaald en aan de vijf kandidaten gevraagd om een vergoeding in de overheadkosten in het verkiezingsprogramma op te nemen. Als die er is kun je de leden ook op hun verplichtingen aanspreken. Ik ben verheugd over de actuele aandacht voor dit thema door de presidentskandidaten en IOC collegae. Deze verkiezingen en de actuele aandacht van IOC-collegae voor dit thema zullen zeker bijdragen aan een oplossing voor dit dilemma.
Thema’s
Met Dr. Jacques Rogge heb ik constructief overleg gehad voor zijn verkiezing. Na zijn verkiezing spraken we elkaar tijdens de Wereldkampioenschappen in München en op 17 september vond in Lausanne een vervolggesprek plaats. We hebben beiden veel vertrouwen in elkaar uitgesproken zowel voorafgaand als na de verkiezingen en dat is makkelijk omdat we al voor de verkiezingen op dezelfde inhoudelijke lijn zitten.
Tijdens de presidentsverkiezingen stonden enkele thema’s centraal; een overzicht:
|
Thema |
bezoeken kandidaat steden |
Hulp aan IOC leden (materieel/ logistiek) ** |
Herziening taak leden |
Rol atleten versterken |
Doping bestrijding |
|
Rogge |
* |
X |
X |
X |
X |
|
Pound |
* |
? |
X |
X |
X |
|
Kim |
X |
X |
X |
X |
X |
|
Schmitt |
? |
X |
X |
X |
X |
|
Defrantz |
? |
? |
X |
X |
X |
Toelichting bij ‘*’: Dr. Rogge wil alle hervormingen opnieuw tegen het licht houden.
Toelichting bij ‘*’: Mr. Pound wil onafhankelijke commissie instellen om het huidig verbod opnieuw tegen het licht te houden
Toelichting bij ‘**’: IOC leden ondersteunen: Alle kandidaten gaven aan de rol van de IOC leden te willen versterken. Ook werd daarbij aangegeven dat belemmeringen (ik laat even in het midden of het gaat om bureau ondersteuning, onkostenvergoeding) bij leden weggenomen moeten worden. Omdat de kandidaten ook zeiden dat behoeften verschillend kunnen liggen in zo’n divers gezelschap als het IOC, schiepen de kandidaten daarmee de ruimte voor tegemoetkoming. Ook Anita Defrantz, die aangeeft dat de leden vrijwilliger moeten blijven, hetgeen ik van harte ondersteun, laat ruimte voor vergoedingen in de overheadkosten.
Ook Dr. Jacques Rogge zegt dat IOC leden materiële en logistieke steun moeten kunnen genieten van het IOC. Daar ben ik blij mee, omdat ook dat bijdraagt aan de democratisering van de sport. Hij staat ook vierkant achter het evaluatie rapport van de Spelen in Sydney. Wij zitten volledig op één lijn. Wij gaan samen voor de atleet en de bottom up structuur.
Ieder heeft zijn eigen wijze van werken. De een heeft sterke inbreng tijdens de vergadering; De ander werkt vooruit en wil vooraf gehoord worden. Tot de laatste categorie behoor ik. Dat weet ieder die met mij ooit samen heeft gewerkt. Ik zet alles vooraf op papier, zodat ik vrijwel nooit gedwongen ben tijdens de vergadering er iets aan toe te voegen.
Zo heb ik veel aanbevelingen gedaan in mijn Evaluatie-rapport als IOC Delegate tijdens de Olympische Spelen in Sydney. Die heb ik in een vergadering van het IOC Executive Board op 17 mei jl. toegelicht en besproken, waarna de Sportdirecteur van het IOC opdracht van de president kreeg het implementatie traject op te zetten. De Nederlandse Olympische bonden hebben een kopie van het evaluatie-rapport in hun bezit.
Ik heb niets nieuws ingebracht: Alles staat reeds vanaf 1988 voor IOC en NOC-NSF op papier (beleidsplannen evaluatierapporten en andere beleidsnotities aan bonden (neem mijn laatste voorbeeld waarbij de voorbeeldfunctie van het IOC bij verkiezingen aan de orde kwam), NOC-NSF en IOC. Dr. Jacques Rogge constateert dat het merkwaardig is dat mijn voorstellen uit 1994 (Strengthening the Olympic Movement) in feite een groot gedeelte van de inhoud van de IOC hervormingen van 2000 weerspiegelen. Een groter compliment heb ik zelden gehad. Met die opmerking was ik blij, want deze IOC-commissie 2000 bestond uit 83 internationaal gerespecteerde bestuurlijke grootheden uit de huidige samenleving.
-Ik wil in duidelijke taal gezegd hebben (verbaal en schriftelijk) wat ik doe en hoe ik denk en werk. Het ligt aan betrokkenen ermee te doen wat men wil.
Transfer van visies uit de internationale Olympische Beweging naar NOC-NSF is belangrijk, maar hoogste prioriteit dienen de NOC-NSF statuten te krijgen. De statuten die aan het IOC zijn voorgelegd zijn niet goedgekeurd. Zij moeten zodanig gewijzigd worden dat ze door het IOC geaccordeerd kunnen worden. Het IOC is eigenaar van bepaalde rechten en geeft aan NOC-NSF onder voorwaarden het recht die te exploiteren. Aan die IOC-voorwaarden wordt momenteel niet voldaan met alle risico’s van dien. Met de juiste statuten wordt voorzien in de juiste voorwaarden (hengel) om de doelstellingen van de Olympische Beweging maximaal na te streven. Dat is van veel grotere waarde dan een incidenteel succes (vis). Vandaar de titel van deze beleidsnota.
Nu bestuurders en vrijwilligers op afstand staan (geld genoeg voor professionals) en te weinig ruimte voor bestuurlijke brainstorm, wordt de rol van de bonden nog belangrijker dan in het verleden.
De bonden moeten het werk van interim-voorzitter Van der Reijden afmaken door participerend te opereren. Vrijwilligers, dus ook de bestuurders zelf, staan –zo wil deze tijd waarin de bomen naar de hemel groeien- nu eenmaal meer op afstand. Tijd voor uitgebreide discussies die bijdragen aan de beeldvorming van bestuurders is er niet meer. Jammer, maar het is niet anders. Mijn persoonlijke beeldvorming vindt voor een groot gedeelte buiten de vergadering plaats. De wereld is mijn horizon. Ik kom op veel plaatsen overal op de wereld, discussieer op alle niveaus en ga bij deskundigen te rade over thema’s die geagendeerd zijn. Dat vat ik doorgaans samen in een schriftelijke voorbereiding voor de bestuursvergadering.
In het bestuur ontbreekt de tijd voor (brainstorm)-discussies. Voor mij reden niet meer alle BV’s bij te wonen en me te concentreren op het voorzitterschap van de Bestuursadviescommissie Olympische Idealen en Fair Play. Natuurlijk zal ik de vergaderingen waarin Olympische thema’s aan de orde komen bijwonen.
Omdat in het bestuur de tijd voor discussie ontbreekt, moeten de bonden dichter bij NOC*NSF staan. Dat kan door:
- te stimuleren dat bonden een bestuur uit eigen geleding afvaardigen. Dat is tot heden niet mogelijk, zelfs verboden. Dit vergt een statutenwijziging (art. 5.3; zie ook mijn eerdere beleidsplannen).
- Olympische atleten het lidmaatschap van NOC-NSF aan te bieden (Het Olympisch Comité van Engeland koos na afloop van de Olympische Spelen 2000 te Sydney vijf deelnemers in het NOC bestuur; ikzelf deed soortgelijk voorstel aan het NOC-NSF bestuur in een notitie over de organisatie van NOC-NSF d.d. 4 december 1995). Atleten hebben competenties als doelgericht werken, doorzettingsvermogen, nemen van risico’s, betrokkenheid, die van belang zijn voor een sportbestuurder. Veelal zijn het bestuurders die van buiten de sport komen en geen verkiezingsstrijd hebben hoeven leveren omdat ze alleen beschikbaar waren als er geen tegenkandidaat was, degenen die zeggen dat de huidige sporters de juiste mentaliteit en doorzettingsvermogen missen.
- het IOC voorbeeld te volgen (er moet iets te kiezen zijn: Meer kandidaten, meer programma’s. De samenstelling van het huidig NOC-NSF bestuur wekt de indruk gebaseerd te zijn op onderling wantrouwen. Men wijst blijkbaar nog liever een bestuurder aan die geen enkele bestuurlijke binding heeft met een sportbond dan een medebestuurder van eigen bond of een bestuurder van een collega sportbond. Daarom zit nu geen enkel bestuurder van een sportbond in het NOC-NSF bestuur. Voor mij reden de bonden in juni te attenderen op de voorbeeldfunctie van het IOC.
- eigen controlemechanismen door de leden/bonden te versterken
Enkele frapperende verschillen tussen de statuten van NOC-NSF en die van twee willekeurige andere NOC’s (België en Oostenrijk). Waarom deze twee: omdat de nieuwe IOC President nauw betrokken is geweest bij de Belgische als voorzitter en als IOC-lid); de Oostenrijkse statuten, gezien mijn jarenlange betrokkenheid bij de Oostenrijkse sport.
Thema
|
BOIC
|
NOC-NSF
|
ÖOC
|
Leden
|
- Effectieve: (5 categorieën Sportbonden, div verenigingen en IOC leden) - Toetredende (andere verenigingen - Individuele leden (atleten?) |
meerdere categorieën: - gewone - buitengewone - IOC leden die het IOC in Nederland vertegenwoordigen (derhalve niet alle Nederlandse IOC-leden) - ereleden |
4 categorieën - gewone, w.o. IOC-leden - buitengewone - ere-leden - atleten Gewone leden en bestuurs- leden (enkele bijzondere bepalingen) |
|
Stemgerechtigde Leden |
enkel de effectieve leden |
Alle categorieën behalve de ereleden |
Gewone leden en bestuurs-leden (enkele bijzondere bepalingen uitgezonderd) |
|
Aantal stemmen |
1-5, afhankelijk van categorie |
1-16, afhankelijk van aantal leden (m.u.v. afvaardiging naar Olympische Spelen |
Elk gewoon lid en bestuurslid heeft één stem |
|
Bestuur |
bestuursleden moeten lid zijn van een bond (Olympische bonden dragen voorzitter voor; bestuurders behorend tot Olympische bonden hebben meerderheid van stemmen) |
geen verplichting lidmaatschap bond. Mogen geen bestuurslid zijn van lid (5.3)* NOC-NSF kent formeel geen DB; wel worden voorzitter, secretaris en penningmeester in functie benoemd |
Geen belemmering voor bondsbestuurders om ook bestuurslid van ÖOC te zijn. Bestuursleden worden gekozen op basis van specifiek deskundigheidsprofiel dat vooraf is bepaald (financieel; sociaal-maatschappelijk of specifieke sport- achterban). |
|
Positie IOC-leden |
statutair lid van raad van beheer |
Leden in IOC gekozen à titre personel zijn statutair lid van het bestuur |
Alle categorieën IOC-leden zijn ook bestuurslid |
|
Voordracht kandidaat-bestuursleden |
(bestuur) en lid van beheerscomité (DB). Bestuur heeft geen recht van voordracht. Primaat ligt bij de leden |
**/ klemtoon ligt op bestuurs- voordracht (6.5 impliceert dat initiatief uitgaat van bestuur, waarbij bonden correctie- mogelijkheid hebben |
Vrije voordracht door alle categorieën van leden en bestuursleden met gelijkwaardige rechten en plichten bij voordracht |
Thema
|
BOIC
|
NOC-NSF
|
ÖOC
|
Stemmen over
personen
|
Geheim |
Alleen geheim als (bestuurs)lid dat vraagt |
Geen bijzondere opmerkingen in statuten. |
|
Positie Olympische atleten |
Vormen één der categorieën (?) |
Niet specifiek genoemd |
Alle deelnemers aan Olympische Spelen zijn maximaal 12 jaar lid |
|
positie controle orgaan |
Rekening-nazichters worden door ALV benoemd en mogen niet bestuurslid van BOIC zijn Minimaal één audit per vier jaar |
Financiële Commissie benoemd door ALV. Kan toelichting van bestuur vragen op balans en staat van baten en lasten en kan zich door deskundige laten bijstaan |
Rechnungsprüfer wonen alle bestuursvergaderingen bij. |
*/ Niet onvermeld mag blijven dat de oorspronkelijke NOC-statuten uit de periode voor de fusie met NSF op dit punt totaal verschillen met de huidige. De strekking van die passages in de oorspronkelijke statuten:
- Bestuursleden moeten bij hun verkiezing zijn aangesloten bij een sportbond waarvan de tak(ken) van sport zijn opgenomen in het Olympisch programma en die zijn aangesloten bij de Internationale Federatie. Of van een daarbij aangesloten vereniging of organisatie; voor leden van het DB geldt deze vereiste niet.
- In het bestuur dienen de leden van de hiervoor genoemde bonden in meerderheid vertegenwoordigd te zijn.
Omdat NOC-NSF niet werkt met een DB zou dit in de situatie na de fusie betekenen dat alle bestuursleden, m.u.v. de voorzitter vertegenwoordiger van (Olympische) sportbonden moeten zijn. Er zal dan enkel nog gekeken moeten worden naar een verhouding in vertegenwoordiging van Olympische Bonden en niet-Olympische bonden.
In de afgelopen jaren heeft het IOC een gedoogbeleid gevoerd door NOC-NSF te faciliteren terwijl NOC-NSF werkt met statuten die niet door het IOC goedgekeurd zijn vanwege strijdigheid met het Olympic Charter. Uiteraard heb ik het IOC wel geïnformeerd over de tekortkomingen in de NOC-NSF statuten, maar heb het thema – in tegenstelling tot mijn scherpe afkeuring die ik in woord en geschrift binnen NOC-NSF periodiek uitsprak- altijd low profile en nimmer nadrukkelijk als probleem geagendeerd bij het IOC. (Uiterste) consequentie daarvan zou namelijk zijn dat Nederland, zijn belangen in het EOC zou verliezen, geen Olympisch team zou kunnen afvaardigen naar Olympische Spelen en de subsidies van het IOC zou verbeuren totdat NOC-NSF erkend is door het IOC. In dit geval zouden de atleten een te hoge prijs betalen voor falende NOC-NSF besluitvorming. In dit stadium verwacht het IOC echter duidelijke aanpassingen.
Ik vraag me af wie de wijziging van de statuten, die in het verleden leidden tot de strijdigheid met het Olympic Charter heeft/hebben aangestuurd en wat het beoogd doel was de afstand met de bonden te vergroten:
- Hing dit samen met een bestuursgeneratie die er baat bij had zelf op hoofdlijnen de bestuurssamenstelling en hun opvolging te bepalen en daarmee wie zich internationaal kon manifesteren?
o Hing dit samen met een actie van bovenstaande generatie om onder de vlag van de fusie met NSF de macht van de bonden uit de statuten te halen
o Hing het schrappen van het uitgangspunt dat stemming over personen geheim en schriftelijk diende te gebeuren (in de oorspronkelijke NOC statuten) samen met het verder uithollen van de macht van de ledenvergadering.
o Hing dat samen met de voor mij nog steeds onbegrijpelijke aankoop van een prachtig gelegen villa op het landgoed Papendal in diezelfde periode rond de fusie van NOC en NSF. Was deze villa mogelijkerwijze voorbestemd het imponerend bestuurlijk thuishonk te worden voor een sportbestuurlijk tycoon met internationale ambities?
- Leverde NOC ‘bestuurlijke macht’ in t.o.v. NSF om daarmee persoonsgebonden bestuurszetels en voorzitterschap veilig te stellen?
- Hing dit samen met onderling wantrouwen van bonden jegens elkaar?
- Hing dit samen met een doorgeschoten vertrouwen dat bonden in die periode stelden aan het bestuur? Slechts één bondsbestuurder heeft destijds serieuze kritiek geuit over de statutenwijziging. Of had dit te maken met een vrees van de leden kritiek te uiten omdat dan bijdragen van subsidies voor die kritische leden op de tocht kwamen?
- Hing dit samen met een doorgeschoten streven naar neutraliteit?
- Hing dit samen met de wijze waarop het Ministerie van VWS met de gerezen problematiek is omgegaan. Wellicht heeft dit Ministerie ook een gedoogbeleid gevoerd. Ik heb het Ministerie regelmatig geïnformeerd, maar toegezegde antwoorden en standpunten heb ik in ieder geval niet gekregen. Het Ministerie van VWS is opdrachtgever van NOC-NSF, in dit geval van een niet erkend NOC!!!
Een objectief antwoord op die vragen zal moeilijk te geven zijn, maar voor mij staat onomstotelijk vast dat deze statutenwijziging heel wat bondsbestuurders de kans op een optreden op een internationaal platform heeft ontnomen. Denk aan functies bij de afvaardiging naar de Olympische Spelen, internationale congressen en seminars, lidmaatschap van internationale sportorganisaties als EOC en deelname aan internationale werkgroepen en commissies. Feit is ook dat dit tot kapitaalvernietiging heeft geleid. Aan tal van atleten en sportbestuurders van bonden is de kans onthouden op topniveau nationale en internationale functies te bekleden (nu zitten andere personen op die functies), waardoor ze belemmerd zijn in hun morele verplichting hun kennis ervaring over te brengen op de volgende generatie atleten.
Prachtvoorbeeld las ik in een artikel in de Telegraaf van 8 september jl. Daarin wordt Frans Beckenbauer een echte keizer genoemd. De kans die te worden is hem gegeven door Bayern München dat al lang het principe voor en door de sporters (Beckenbauer, Rummenige en Hoeness op de spilfuncties in bestuur en staf) en de Duitse voetbalbond, waarvan hij vice-president is. Deze kansen hebben Nederlandse atleten nimmer gekregen.
Ik stel vast dat de huidige statuten voortkomen uit de periode van vóór de hervormingen door interim-voorzitter Van der Reijden; een periode die een geheel eigen karakter had. Anno 2001 is NOC-NSF die periode ontgroeid. De oorsprong is dus helder en dat we nu in een andere tijd leven ook, maar dat neemt niet weg dat we twee jaar na het vertrek van de heer Van der Reijden en 8 jaar nadat ik het voor het eerst (en daarna periodiek) aankaartte nog steeds werken met foutieve statuten. Daarom dient de statuten-revisie z.s.m. ter attentie van de leden te worden gebracht om te voorkomen dat deze vlak voor de volgende ALV op ouderwetse wijze geconfronteerd worden met een voldongen feit.
Voorstellen/constateringen
1. Ik stel het NOC-NSF bestuur voor de rolverdeling bonden - bestuur - professionals - vrijwilligers - IOC-leden (en het thema verkiezingen) extra aandacht te schenken op zeer korte termijn.
2. Rolverdeling IOC-leden:
- In mijn Evaluatie-rapport als IOC Delegate tijdens de Olympische Spelen in Sydney heb ik de status van de diverse categorieën IOC-leden aan de orde gesteld (november 2000) en tijdens de vergadering van het IOC Executive Board van 17 mei jl heb ik die tekst toegelicht.
- De NOC-NSF-visie:
NOC-NSF heeft daarna de status van de Nederlandse IOC-leden getoetst aan Olympic Charter en NOC-NSF statuten en die visie vastgelegd in een intern memo aan het bestuur d.d. 14 augustus 2001 (kenmerk 01-02-357/015/tb)
- Mijn visie en rol:
Elk IOC lid heeft van het IOC een opdracht gekregen bij zijn verkiezing die hij/zij dient te vervullen en kent die. De mijne is tweeledig:
o Nationaal: waken over de naleving van het Olympic Charter door NOC-NSF en meer concreet de belangen van de Olympische Beweging uit te dragen en te verdedigen.
o Internationaal: lid van de IOC commissie en IOC werkgroep Sport for All en Delegate Members responsibilities (w.o. IOC Delegate at the Olympic Games)
3. Ik beveel de adviezen van de werkgroep van de Bestuursadviescommissie Olympische idealen en Fair Play die zich bezig hield met de transfer naar NOC-NSF van de adviezen in mijn Evaluatie-rapport van de Olympische Spelen, Sydney, van harte aan.
4. Om uitdrukking te geven aan het Olympic Charter van het IOC dient de NOC-NSF website aangepast te worden op een wijze waarop tot uitdrukking komt dat het IOC Charter en de daaraan verbonden educatieve taak tot de belangrijkste opdrachten van NOC-NSF horen. Enkel de sector topsport heeft daarover een kleine paragraaf. Aanklikken van ‘Algemene zaken’, waar de kern van het Olympische aandachtsveld in de structuur is weggezet en ‘Breedtesport’ legt geen enkele link naar welk Educatief Olympisch activiteit. Daarmee is de herkenbaarheid van het Olympisch karakter van deze activiteiten voor bezoekers van de website ontoegankelijk.
Mijn visie op het
huidig functioneren van het NOC-NSF bestuur
Discussie aanzet:
Algemene tendens:
Verhoudingen tussen leden – bestuur – en staf zijn in instellingen doorgaans labiel en geven aanleiding tot ongewenste grensoverschrijding.
Bij huidige bestuurders van verenigingen en stichtingen komt het veel voor dat personen bereid zijn om de functie van bestuurder te vervullen, terwijl zij nauwelijks feitelijke bemoeienis hebben met de door hen bestuurde organisatie. Zij worden soms aangezocht vanwege hun relaties, kennis van de branche en hun aanzien.
Twee organisatie modellen komen vaak voor bij stichtingen (en ik zie in het geval van NOC-NSF veel gelijkenis met het verenigingsmodel; mede gezien de afstand van de bonden):
- Statutair bestuur, terwijl alle feitelijke werkzaamheden worden verricht door een directeur/werknemer (die geen statutair bestuurder is): Dit is het directeursmodel.
- Groot statutair bestuur (AB) dat uit haar midden enkele statutaire bestuurders heeft aangewezen, die de feitelijke werkzaamheden verrichten (DB): Dit is het AB/DB model.
Bij kleine overzichtelijke organisaties, die zich met weinig risicovolle activiteiten bezighouden kunnen deze modellen redelijk functioneren. Daarbij is ieder bestuurder in staat te overzien wat er binnen de organisatie gebeurt en hoe de collega-bestuurders functioneren.
In complexe organisaties ontstaat het risico van gebrek aan inzicht. Dat kan door:
- aanwezigheid van werknemers (bestuurders blijven verantwoordelijk voor fouten van werknemers)
- Omvang en ingewikkeldheid van de organisatie. Als een organisatie groot en ingewikkeld is, dient een bestuurder zich welhaast fulltime met zijn bestuurstaak bezig te houden.
- Bijzondere eisen die aan het type activiteiten worden gesteld. Als organisaties opereren op gebieden die waarvoor allerlei gedetailleerde wet- en regelgeving geldt,
- Activiteiten met groot financieel risico.
Ik leid hier uit af dat bestuurders van een vereniging de backing hebben van de Algemene Leden Vergadering, hetgeen bestuurders van stichtingen niet hebben. Specifiek naar NOC-NSF toe constateer ik dat er formeel geen DB is, dat het bestuur regelmatig vergadert, dat de ALV twee keer per jaar gehouden wordt en voorgenomen beleid vaststelt.
Naar de letter van de wet hebben we de zaak goed voor elkaar als het om verantwoordelijkheden gaat. Zeker naarmate de “subsidieverlenende derden” (zij die voor de NOC-NSF geldstromen zorgen), zelf voldoende controle mechanismen hebben ingebouwd.
Naar de geest van de wet moet je je regelmatig afvragen of de individuele bestuurders en leden/bonden het hele speelveld kunnen (blijven) overzien waarover leden/bonden en NOC-NSF bestuurders beslissen. NOC-NSF is m.i. een zeer complexe organisatie is, die derhalve permanent bloot staat aan de, eerder genoemde, algemene gevaren. Daarom moet je je zeker blijven afvragen op welke wijze optimalisering van de communicatie en discussie tussen “leden/bonden - bestuur - professionals - vrijwilligers” kan worden verbeterd
Overwegingen over de rol van de bij NOC-NSF aangesloten bonden, het NOC-NSF bestuur en zijn bestuurders en staf, met speciale nadruk op rol van bestuur en verhouding met de staf:
- De bonden zijn eigenaar van NOC-NSF. Het bestuur van NOC-NSF vertegenwoordigt de eigenaren en spreekt dus namens hen. Dan is het logisch dat zij zelf de leiding nemen en die niet overdragen aan een zetbaas.Echter, de statuten weren hen uit het bestuur
-
Het bestuur dient dus te weten wat de eigenaren
willen en het bestuur moet in staat zijn eigenaren te onderscheiden van klanten
en andere belangengroepen. De belangrijkste taak van het bestuur ligt de
verbinding met de eigenaren in stand te houden. De meest eenvoudige wijze is
m.i. als de eigenaren bestuurders kiezen uit de bonden. Als dat niet het geval
is (huidige statuten) dienen de bestuurders die natuurlijke afstand via
veelvuldige individuele en collectieve contacten te verkleinen en dit zeker
niet over te laten aan de staf. Echter, schriftelijke rapportages over
omvang en inhoud van contacten van de bestuurders met bonden ontbreken. Daarmee
verdwijnt het effect van de afspraak dat aan elk NOC-NSF bestuurder enkele
sportbonden zijn toegewezen waarmee hij/zij geacht wordt de contacten periodiek
te onderhouden. Er kan niet worden nagegaan of die contacten, anders dan het
gevolg geven aan representatie tijdens een bondsevenement, plaatsvinden op de
afgesproken wijze en wat inhoudelijk tijdens die contacten is besproken. Een
bestuurder kan nu niet worden aangesproken op die taak.
- Bestuurders hebben een andere verantwoordelijkheid dan de staf. Het bestuur dient dan ook een eigen agenda te hebben en geen agenda die door de staf(stukken) wordt gestuurd. Echter, dat staat in schril contrast met de huidige agenda’s van bestuursvergaderingen waarin de staf-inbreng domineert, waarin de stafleden gedetailleerde stukken inbrengen ter goedkeuring en vervolgens toelichten. De momenten waarop binnen het NOC-NSF bestuur een stuk wordt besproken dat uit de pen van een bestuurder zelf komt zijn te verwaarlozen.
- Het bestuur heeft de verplichting resultaten zeker te stellen en dat kan alleen wanneer het bestuur de staf, in casu de directeur/directie die daarvoor verantwoordelijk is/zijn gemaakt, vooraf heldere richtlijnen heeft meegegeven over de te bereiken resultaten en de wijze waarop die (niet) dienen te worden behaald en de wijze waarop die resultaatverplichting gemonitord (systematisch en streng controleren) wordt. Echter, pro-actief handelen op initiatief van het bestuur ontbreekt, ofschoon ik vaststel dat vanaf de 1998 vorderingen zijn gemaakt op dit terrein.
Als het bestuur haar taak oppakt als in de hierboven voorgestelde rolverdeling, dan is een waarborg geschapen dat de doelen die de bestuurders formuleren inderdaad de bedoelingen van de eigenaren zijn. Bovendien is de waarborg geschapen dat de staf voldoende eigen ruimte (eigen speelveld) heeft waarbinnen de staf vrijheid van handelen heeft die nodig is om zelf ook aangesproken te kunnen worden op hun resultaatverplichting. De staf bepaalt binnen de aangegeven grenzen (over bijv. operationele en strategische doelen, personeelsbeleid, financieel beheer, beloning, plaats van vestiging en andere kaders die het bestuur stelt) zelf op welke wijze uitvoering wordt vormgegeven. Op die manier voorkom je twee gevaren voor het bestuur (het gevaar van het afhankelijk zijn van de staf en het gevaar dat het bestuur de staf voor de voeten loopt.
Wáár gebeurd:
Eén opmerking wil ik u niet onthouden om aan te geven dat de snelle progressie in onderlinge verhoudingen ons dagelijks noopt te zoeken naar betere wegen. Met genoegen constateer ik dat deze opmerking uit mijn eerste lustrum als IOC vertegenwoordiger en feitelijk 10-12 jaar oud is, gevoelsmatig de ouderdom heeft van een eeuw. Een NOC-bestuurder maakte destijds de opmerking tegen een kaderprofessional. Hij onderbrak deze toen deze het antwoord op een gestelde vraag begon met “Ik dacht ……”. De NOC-bestuurder zei letterlijk: ”Denken moet je aan de bestuursleden overlaten, jij moet gewoon doen ….”.
Inmiddels is veel veranderd en is de tendens méér dat de
bestuurders de verantwoordelijkheid hebben voor representatie en hetgeen de
professionals denken en doen. Mijn streven is zoeken naar evenwicht en
versterken van elkaars waarden.
Zie deze overwegingen als bijdrage aan de discussie om de vier mogelijkheden (zie pagina 6) waarmee de betrokkenheid van de bonden wordt vergroot en maximaal recht wordt gedaan aan alle geledingen in NOC-NSF. Deze zal zeker steeds verder af komen te staan van de klassieke indeling dat bestuurders werken met het hoofd, professionals met de handen en vrijwilligers met het hart.
Anton J. Geesink
IOC-vertegenwoordiger in Nederland